Het krijgen van kinderen is voor steeds minder vrouwen een reden om te stoppen met werken. Ongeveer 86% van de vrouwen werkt voor de bevalling van hun eerste kind en hiervan blijft 75% na de bevalling werken. Voor 44% is het moederschap wel aanleiding om minder uren per week te gaan werken. Ook is het aantal vrouwen dat hun kind na drie maanden nog borstvoeding geeft, de afgelopen jaren gestegen van 1 op de 10 tot 1 op de 3. Steeds meer vrouwen combineren hun werk met het (tijdelijk) geven van borstvoeding.
De wetgeving voorziet in de mogelijkheid om het werk na het bevallingsverlof te combineren met het geven van borstvoeding. Het meest belangrijk hiervoor is artikel 4:8 van de Arbeidstijdenwet. Dit artikel maakt het mogelijk dat een vrouw gedurende de eerste negen maanden na de bevalling het werk mag onderbreken voor kolven of het geven van borstvoeding. Dat mag zo vaak en zo lang als nodig is, maar niet meer dan een kwart van de arbeidstijd. De werkgever is verplicht deze tijd door te betalen en een ruimte beschikbaar te stellen waar moeders ongestoord kunnen kolven of voeden.
Borstvoeding als onderdeel van het arbobeleid
De arbeidsomstandigheden rondom zwangerschap, bevalling en borstvoeding staan door dit alles meer dan vroeger in de belangstelling. Voor werkgevers kan dit een goede aanleiding om in het arbeidsomstandighedenbeleid een specifiek borstvoedingsbeleid op te nemen. De wetgeving op het gebied van borstvoeding en werk die vrouwen die gelegenheid geeft borstvoeding gedurende een bepaalde periode te combineren met hun werk, kan daarvan de basis zijn.
Kraamzorgcentrale IVT biedt de cursus "Borstvoeden en werken" aan, vanaf 2008.