Wetgeving borstvoeding en werk

De Nederlandse wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden is opgebouwd uit twee delen:

- De Arbeidsomstandighedenwet of Arbowet1998 met het wettelijk kader voor de arbeidsomstandigheden in Nederland.

- Het Arbeidsomstandighedenbesluit of Arbobesluit met de materiële bepalingen. Dit zijn de rechten en plichten die voortvloeien uit de Arbowet.

Aanvullende regelingen

Beide onderdelen kunnen nader worden uitgewerkt bij zogenaamde ministeriële regeling. Dit is gebeurd in de Arbeidsomstandighedenregeling. Daarnaast zijn er Beleidsregels Arbeidsomstandigheden of Arbobeleidsregels waarin is vastgelegd hoe de Arbeidsinspectie om moet gaan met de meer globale voorschriften uit de Arbowet en het Arbobesluit. De Arbobeleidsregels zijn ook een houvast voor werkgevers en werknemers bij het toepassen van de wettelijke regels. Ze zijn echter niet bindend. Werkgevers mogen andere maatregelen nemen dan de Arbobeleidsregels aangeven op voorwaarde dat ze de werknemer een vergelijkbaar beschermingsniveau bieden.

Arbeidstijdenwet

De zogenoemde Arbeidstijdenwet regelt zaken die te maken hebben met arbeids- en rusttijden van werknemers. Deze wetgeving moet het makkelijker maken voor werknemers om werk te combineren met zorgtaken of andere verantwoordelijkheden.

Bepalingen voor vrouwen die borstvoeding geven

Zowel de wet- en regelgeving over arbeidsomstandigheden, als de Arbeidstijdenwet zijn er op gericht risico’s te reduceren en arbeidsbescherming te bieden. Beiden hebben betrekking op werknemers in het algemeen, maar daarnaast zijn er zowel in de Arbeidsomstandighedenwetgeving als in de Arbeidstijdenwet, bepalingen opgenomen voor bijzondere categorieën werknemers zoals jeugdigen, maar ook zwangere en pas bevallen vrouwen. Dit zijn categorieën werknemers waarvoor extra beschermende maatregelen nodig zijn om voor hen specifieke arbeidsrisico’s te vermijden. Borstvoeding en werk is een onderwerp dat in deze bepalingen terug te vinden is.