Menu

Borstvoeding: de beste start!

De lactatiekundigen van IVT kraamzorg begeleiden en ondersteunen u bij het geven van borstvoeding, zodat u kunt terugkijken op een geslaagde borstvoedingsperiode!

Lactatiekundige helpt mij op weg

“Na opstartproblemen, was ik wat onzeker over het geven van borstvoeding. Door de tips van de lactatiekundige van IVT kraamzorg drinkt mijn dochter nu uitstekend. Ze groeit als kool!”

Next

Wist u dat…

de madonnahouding de meest gebruikte voedingshouding is?

Borstvoeding: de beste start!

Aanleggen

Hoe leg ik een baby goed aan?

De zuigreflex is het 1e uur na de geboorte sterk aanwezig. Daarom is dit het ideale moment om de baby voor het eerst aan te leggen.
Het aanleggen van de baby gaat meestal vanzelf. Het is vooral belangrijk dat u een houding zoekt die voor u het prettigst is. Tijdens de borstvoedingscursussen worden de voedingshoudingen besproken. Tijdens de kraamtijd adviseert en ondersteunt de kraamverzorgende u hierbij.
Enkele aandachtspunten bij het aanleggen van uw baby:

  • neem een ontspannen houding aan;
  • lichaam en hoofdje van de baby in 1 lijn;
  • let op aanhappen van de baby;
  • neusje niet vrij houden door de borst in te drukken.

Wanneer gebruik ik welke manier van aanlegen?

U kiest de voedingshouding die voor u het meest prettig is. Uw keuze voor een voedingshouding is dus niet direct situatie afhankelijk. Wel kan bijvoorbeeld liggend voeden prettig zijn voor de nacht- en ochtendvoedingen als u in bed ligt.

Hoe vaak moet ik mijn kindje aanleggen?

Normaal gesproken kunt u uw kindje op verzoek voeden. In de eerste tien dagen na de geboorte voedt u ongeveer om de twee á drie uur (dit is ’s nachts om de vier à vijf uur). De zuigeling wordt gemiddeld acht à twaalf keer aangelegd per etmaal. Na deze tien dagen blijft u doorgaan met voeden op verzoek zonder speciale rust- of drinktijden te hanteren. Voed minimaal zes keer per 24 uur.
Tijdens de zogenaamde ‘regeldagen’ zal een kind vaker om voeding vragen om hem of haar in de grotere behoefte aan moedermelk te voorzien en de aanmaak van melk in de borsten te stimuleren. Gemiddeld duurt dit ongeveer twee à drie dagen. De lactatiekundige kan u hierover informeren tijdens één van de borstvoedingscursussen of een lactatiekundig consult.

Verzorgen van de borsten

Enkele aandachtpunten voor een goede verzorging van de borsten:

  • gebruik geen zeep;
  • was uw handen voor het geven van de voeding;
  • laat uw borsten na het voeden aan de lucht drogen;
  • veeg druppeltjes niet weg. Moedermelk geeft een beschermend laagje op de tepel;
  • draag een goed steunende, niet knellende (voedings)bh;
  • zorg dat de tepels tussen de voedingen droog blijven, verwissel regelmatig de compressen.
Ga naar desktopversie Ga naar mobiele versie